Aan het stuur van Schoonheid

François Schuiten

François Schuiten was pas twintig toen hij in 1973 zijn eerste strippagina’s publiceerde in Pilote. Hij wordt in 1956 geboren in een familie van architecten. In 1968 ontmoet hij zijn toekomstige handlanger Benoît Peeters in de schoolbanken. Het is echter niet samen met hem dat hij na zijn studie aan Saint-Luc in Brussel zijn intrede in de stripwereld maakt, maar met verhalen van zijn broer Luc. In 1978 maken ze Carapaces voor Métal Hurlant en beginnen daarna aan de cyclus van De holle aarde. Nadat hij in 1980 voor twee verhalen heeft samengewerkt met zijn oud-leraar Claude Renard (De rail en De medianen van Cymbiola), zullen François Schuiten en Benoît Peeters in 1982 dan eindelijk hun eerste gezamenlijke boek uitbrengen. De lezers van het tijdschrift Wordt vervolgd maken kennis met De muren van Samaris.

 

Sindsdien hebben beide auteurs aan één stuk samengewerkt. In het kader van De Duistere Steden maakten ze boeken in allerlei uiteenlopende vormen en formaten, waaronder successen als De koorts van Urbicande (1984), De toren (1987), Brüsel (1992), De onzichtbare grens (2002-2004) en De theorie van de zandkorrel (2007-2008). Ook schreven ze samen twee verhalen voor anderen: Plagiaat voor Alain Goffin (Nederlandse editie: Oranje- De Eenhoorn, 1989) en Dolores voor Anne Baltus (Casterman, 1991).

Naast strips en boeken hebben Schuiten en eeters ook samen exposities samengesteld – de bekendste daarvan blijft ongetwijfeld Le Musée des Ombres (Het schaduwmuseum), voor het eerst te zien tijdens het stripfestival in Angoulême. Ze verzorgden ook een groot aantal optredens in gezelschap van Bruno Letort, een musicus die ze graag bij hun projecten betrekken. Verder zijn er nog documentaires zoals het mythische Dossier B, geschreven en geregisseerd door Wilbur Leguèbe, die in het verlengde van het album Brüsel vertelt over het bestaan van een stad parallel aan Brussel, met een mix van feiten en fictie. Hun oeuvre is tegelijk fantastisch, surrealistisch, visionair, politiek en filosofisch.

 

Maar François Schuiten is veel meer dan striptekenaar. Sinds het midden van de jaren tachtig werkt hij samen met filmmakers voor wie hij decors en kostuums ontwerpt. Met Just Jaeckin voor Gwendoline, met Raoul Servais voor Taxandria, met Jaco Van Dormael voor Toto le Héros en Mister Nobody. Hij onderscheidde zich ook als scenograaf, zowel op openbare plaatsen (hij ontwierp de metrostations Hallepoort in Brussel en Arts & Métiers in Parijs) of op grootschalige tentoonstellingen (Het paviljoen van de utopieën in Hannover in 2000, vijf miljoen bezoekers!). Hij werkt momenteel aan een groot project voor een spoorwegmuseum dat gebouwd zal worden op steenworpafstand van zijn huis, bij het Brusselse station Schaarbeek.

François Schuiten ontving in 2002 de Grote Prijs van de Stad Angoulême.

Dertig jaar na hun debuut gaan de beide scheppers van De Duistere Steden één boek lang hun eigen weg. Schoonheid is namelijk de eerste strip waarvoor François Schuiten zowel de tekst schreef als de tekeningen maakte